Kiezen … hoe doe je dat?

— 26 juni 2020

Niets zo lastig als keuzes maken. Want wát als het niet de juiste blijkt te zijn? Als anderen massaal voor ‘n andere optie gaan of jouw keuze tegenvalt? Geen keuzes maken is ook geen oplossing. We zullen op z’n minst moeten bepalen waar we deze week werken, hoe we daar komen en wat we gaan eten.

Kiezen wordt moeilijk doordat we er gewicht aan hangen: “it better be good!” We willen heel graag, in een keer, de ‘juiste’ keuze maken. Vanuit de overtuiging dat een ‘foute’ keuze een brevet van onvermogen is. Laat zien dat je feilbaar bent. En dat terwijl we zo graag perfectie nastreven of op z’n minst heel goed willen zijn in wat we doen.

 

niet goed is ook goed ..

We realiseren ons vaak niet dat elke keuze ons iets gaat leren. Dat we van elke keuze wijzer kúnnen worden, als we er naar durven kijken. Of het nou goed of minder goed uitpakt, door te kiezen zetten we een stap vooruit, doen we ervaring op. En als je die ervaring – in alle eerlijkheid – evalueert, dan heb je iets geleerd. ‘Dit werkte goed!’ Of: ‘een volgende keer ga ik meer rekening houden met …’.

Als we geen keuze maken ontnemen we onszelf dus iets; de mogelijkheid om aan de weet te komen of iets werkt, of iets klopt, of we ergens wijzer of beter van worden.
Als we niet kiezen nemen anderen soms aan dat we het met hen eens zijn, of lijven ze ons ongemerkt in hun plannen in.

 

wat kan je doen om tot keuzes te komen?

Het helpt om je te realiseren dat ons onbewuste altijd een keuze maakt. Dat ons emotionele brein doorlopend labelt in wel/niet, blijven of weggaan. Het kiest voor mooi of fijn, pikt feilloos de beste appel van de schaal, en neigt naar de persoon die het meest sympathiek oogt. Dat is signalering die ons evolutionair heeft gebracht waar we nu zijn, door de wereld te scannen op potentieel gevaar en keuzes te maken die ons in veiligheid brengen.

Dus hoewel we vaak zeggen: ‘ik weet niet wat ik precies wil’, zijn er dus wel degelijk signalen voor of tegen. Het punt is dat we niet zo geoefend zijn om die signalen waar te nemen, óf om ze serieus te nemen.

Meestal zitten we ‘in ons hoofd’ en proberen we via logica de voors en tegens op een rijtje te zetten. Wel eens gehad dat iets héél verstandig leek maar je er geen greintje gevoel bij had, of er niet de energie voor kon opbrengen? Precies; innerlijke onenigheid tussen gevoel en ratio brengt je in zo’n toestand van zogenaamd niet weten wat je wilt, van lethargie en niet durven.

 

maar … 

… ik had beloofd je iets aan te reiken over hoe je dan wél tot een keuze komt! :-)

 

1. Een nieuwe manier van kiezen

Oefen met een manier waarbij je je waarneming inzet, je onbewuste raadpleegt:

Neem positie in; letterlijk en figuurlijk, op de plek die staat voor de ene keuze. Stel je voor hoe het is om die keuze gemaakt te hebben, en neem waar wat dit met je doet. En: ‘neem waar’ is iets anders dan ‘zet alle argumenten nog een keer op een rijtje’! Neem waar gaat over aandacht voor wat er in je omgaat; aandacht voor mogelijke spanning in je benen, pijn in je buik, een onbestemd of juist een vrolijk gevoel, opluchting, een glimlach op je gezicht, licht, lucht. What ever. Zie het als informatie, vanuit jezelf, over hoe het is op de plek van die keuze. En verken op die manier ook de andere optie(s). Wat is er het eerst, de ‘ja’ of de ‘nee’?

 

2. Wat helpt nog meer?

Wanneer je weet wat je wilt maar het nog spannend vindt om de stap echt te zetten: zorg voor een secure base. Regel back-up. Mensen die je onvoorwaardelijk steunen, door dik en dun. Die je vertrouwt. Die jou kritisch bevragen om je verder te helpen, om te zorgen dat je eigen antwoorden en oplossingen vindt. Met wie je kunt delen waar het knelt of waar je nauwelijks langs durft. Bij wie je even kunt uitblazen voordat je een volgende horde neemt.

 

3. Laat je inspireren!

Brené Brown reikt in haar boek Dare to Lead een citaat aan van Theodore Roosevelt, Man in the Arena. Vrij vertaalt: keuzes maken is vaak spannend. Brengt zelfs risico’s met zich mee. Maar doe je het niet, dan is er niets, “victory nor defeat”!

Ik deel ‘m hier met je:

It is not the critic who counts; not the man who points out how the strong man stumbles, or where the doer of deeds could have done them better. The credit belongs to the man who is actually in the arena, whose face is marred by dust and sweat and blood; who strives valiantly; who errs, who comes short again and again, because there is no effort without error and shortcoming; but who does actually strive to do the deeds; who knows great enthusiasms, the great devotions; who spends himself in a worthy cause; who at the best knows in the end the triumph of high achievement, and who at the worst, if he fails, at least fails while daring greatly, so that his place shall never be with those cold and timid souls who neither know victory nor defeat.